Aansprakelijkheid
Sinds 1985 kent de Nederlandse wetgeving specifieke bepalingen inzake de productaansprakelijkheid. De basis voor deze wetgeving is de Europese richtlijn 85/374/EEG. Bij de totstandkoming van de productaansprakelijkheidsrichtlijn is er bewust voor gekozen om landbouwproducten zoals onbewerkte groenten en fruit niet onder de werking te laten vallen. Reden was onder meer dat de controle op landbouwproducten veel moeilijker was dan op industriële producten. Op 10 mei 1999 is er een richtlijn opgesteld door het Europees Parlement waarmee landbouwproducten ook onder de productaansprakelijkheidsrichtlijn worden gebracht. Als we gaan kijken naar de productaansprakelijkheid bij groenten en fruit wordt al snel de link gelegd met voedselveiligheid. Consumenten kunnen ziek worden van producten doordat er productvreemd materiaal (glas, metaal), chemische- (gewasbeschermingsmiddelen) of microbiologische verontreiniging (salmonella) op of in het product zit. In dergelijke gevallen kan een consument (slachtoffer) de zaak voorleggen aan de rechter. Echter, aan zo´n procedure zitten nogal wat haken en ogen. Voorheen was het zo dat aantoonbaar gemaakt moest worden dat de maker van het product er iets aan kon doen dat het product schade veroorzaakte. Dat is nu veranderd. Voortaan hoeft het slachtoffer de schuld van de producent niet meer te bewijzen. Schade, veroorzaakt door het product, is volgens de wet altijd voor risico van de producent. Wat natuurlijk nog wel aangetoond moet worden, is dat er werkelijk schade geleden is en dat die is veroorzaakt door het desbetreffende product.
Naar bovenAlgemene Levensmiddelen Verordening
De Algemene Levensmiddelen Verordening, vaak aangeduid als 'General Food Law', is een grote Europese verordening (verordening EG 178/2002). Deze is erop gericht de voedselveiligheid te vergroten. Elk bedrijf dat voedingsmiddelen produceert is sinds de introductie van deze verordening verplicht de Voedsel en Waren Autoriteit informatie te kunnen geven over de herkomst van producten en de ingrediënten die ervoor gebruikt worden. Met deze informatie kan er tijdig worden ingegrepen als iets misgaat met de voedselveiligheid. De verordening is voortgekomen uit de behoefte voedselschandalen te voorkomen. De verordening is in fasen ingevoerd. Belangrijke onderdelen zijn:
- De oprichting van de European Food Safety Authority (EFSA), een adviesbureau van de Europese Commissie speciaal gericht op voedselveiligheid.
- De gelijkschakeling van de controle op veevoer met de controle op eten voor mensen. Veevoer wordt dus net zo streng gecontroleerd.
- De eis dat levensmiddelen traceerbaar zijn: wanneer een verontreinigd levensmiddel ontdekt wordt, moet de oorzaak snel gevonden kunnen worden.
BRC (British Retail Consotrium Standard)
Een aantal grote Britse supermarkten heeft de voor hen belangrijke eisen aan leveranciers van levensmiddelen verwerkt in een schema: het BRC-schema. Dit schema bestaat uit een inspectieprotocol en een technische standaard. Het inspectieprotocol is bedoeld voor inspecterende instellingen. De technische standaard is een uitgebreide checklist waar alle eisen voor leveranciers en producenten van levensmiddelen in vermeld staan. Dit gaat dieper in op concrete eisen ten aanzien van bedrijfsinrichting, hygienisch werken, persoonlijke hygiëne et cetera.
Naar bovenControle
De eerste controle wordt uitgevoerd door de producent die verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de veiligheid van de producten die hij voortbrengt. Om de veiligheid en de kwaliteit van de geproduceerde levensmiddelen te garanderen passen de producenten zelfcontrolesystemen (zoals HACCP, GMP en ISO) toe. De controle op de verschillende schakels van de voedselketen gebeurt door de lidstaten. In ons land werden hiervoor de verschillende controlediensten samengebracht in de VWA. De inspecteurs en deskundigen van de VWA gaan door middel van steekproeven na of de controle op de voedselveiligheid goed functioneert. Inzake voedselveiligheid streeft de Europese Unie naar hoge Europese normen. Die zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en de beginselen van de risico-analyse. Hiervoor kan de Europese Unie rekenen op diverse wetenschappelijke adviesorganen. Zij onderhouden contacten met de nationale agentschappen voor voedselveiligheid en coördineren de standpunten en hanteren snelle waarschuwingsystemen bij gevaar.
Naar bovenEurepGap (heet nu GlobalGap)
EurepGap staat voor: Euro Retail Produce Working Good Agricultural Practice. Dit zijn de eisen die in Europees verband aan boeren en tuinders worden gesteld aangaande voedselveiligheid, duurzaamheid en kwaliteit. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) heeft voor de Nederlandse markt namens de supermarkten het heft in handen genomen om de invoering van EurepGap te bevorderen. Hieruit is, medegefinancierd door het ministerie Landbouw, Natuur en Visserij, het project “de boer op met EurepGap” voortgekomen. Uiteindelijk moet EurepGap de Europese overkoepelende norm worden voor voedselveiligheid in de primaire sector. Om aan de wensen en eisen van de consument naar meer voedselveiligheid van land- en tuinbouwproducten tegemoet te komen, hebben een 26-tal Europese supermarktorganisaties in 1997 het initiatief genomen om de voorwaarden die zij naar hun leveranciers van verse producten toe hanteren, op elkaar af te stemmen. Inmiddels zijn de protocollen voor de AGF(aardappel, groente en fruit) zover gevorderd dat er volop wordt gecertificeerd. Op dit moment zijn conceptprotocollen dierlijke sector worden opgesteld. In de huidige maatschappij is het voor supermarkten niet voldoende om alleen op voedselveiligheid te letten. De consument stelt ook andere voorwaarden. Met aspecten die samengevat kunnen worden onder duurzame landbouw dient eveneens rekening gehouden te worden
Naar bovenGeneral Food Law (GFL)
De Algemene Levensmiddelen Verordening, vaak aangeduid als 'General Food Law', is een grote Europese verordening (verordening EG 178/2002). Deze is erop gericht de voedselveiligheid te vergroten. Elk bedrijf dat voedingsmiddelen produceert is sinds de introductie van deze verordening verplicht de Voedsel en Waren Autoriteit informatie te kunnen geven over de herkomst van producten en de ingrediënten die ervoor gebruikt worden. Met deze informatie kan er tijdig worden ingegrepen als iets misgaat met de voedselveiligheid. De verordening is voortgekomen uit de behoefte voedselschandalen te voorkomen. De verordening is in fasen ingevoerd. Belangrijke onderdelen zijn:
- De oprichting van de European Food Safety Authority (EFSA), een adviesbureau van de Europese Commissie speciaal gericht op voedselveiligheid.
- De gelijkschakeling van de controle op veevoer met de controle op eten voor mensen. Veevoer wordt dus net zo streng gecontroleerd.
- De eis dat levensmiddelen traceerbaar zijn: wanneer een verontreinigd levensmiddel ontdekt wordt, moet de oorzaak snel gevonden kunnen worden.
HACCP-richtlijn
HACCP staat voor Hazard Analysis and Critical Control Points. Dat wil zeggen een analyse van de gevaren en kritische beheerspunten in een bedrijf. De voedselveiligheid van de producten staat hierbij centraal. In het kwaliteitszorgsysteem worden de producten en processen beschreven die betrekking hebben op deze voedselveiligheid. Tevens worden de bedrijfsspecifieke gevaren op het gebied van voedselveiligheid in kaart gebracht per processtap. Het gaat daarbij om fysische, chemische en microbiologische geavaren. HACCP is een systeem voor de gehele voedingsmiddelensector. Ook wordt het systeem steeds meer gewaardeerd door de directe afnemers. Middels nuttige registraties wordt de voedselveiligheid aantoonbaar gemaakt.
Naar bovenIFS
In januari 2003 heeft het GFSI (Global Food Safety Initiative) in principe vier normen voor leveranciers van levensmiddelen goedgekeurd. Grootwinkelbedrijven uit bepaalde landen stellen hun eigen eisena aan leveranciers en door hen wordt de uitkomst van het GFSI net aangehouden. Enkele Duitse en Nederlandse grootwinkelbedrijven hebben inmiddels aangegeven dat per 1 januari 2004 de leveranciers moeten voldoen aan IFS (Internal Food Standard) terwijl de Engelsen alleen auditrapporten op basis van BRC accepteren. De IFS-standaard bestaan globaal uit de volgende vijf onderdelen: eisen voor het kwaliteitssysteem, managementverantwoordelijkheid, beheer van resources, realisatie van het product, meting - analyse en verbetering.
Naar bovenISO 9000 / 22000
ISO 9000 is de internationale paraplu van standaarden voor kwaliteitszorg en -borging in industriële en dienstverlenende organisaties. ISO staat voor: international organisation of standardszation. ISO 9000 is niet specifiek ontwikkeld voor de voedselsector. ISO 22000 daarentegen wel. ISO beschrijft welke standaarden deel zouden moeten uitmaken van kwaliteitssystemen, maar niet hoe deze standaarden op de bedrijven geïmplementeerd moeten worden. Een organisatie dient zelf de vertaalslag te maken. Voor levensmiddelenbedrijven kennen ISO 9000 en HACCP-richtlijnen veel overlap. Kortweg kan gesteld worden dat een goede HACCP-richtlijn voor 80% de ISO-normen afdekt en andersom.
Naar bovenKwaliteitsstandaard
Vele bedrijven beschikken over kwaliteitscertificaten zoals ISO 9000 (ontwikkeld door het International Standards Organisation) of ES29000 (European Standard). Dit garandeert dat het bedrijf werkt volgens voorgeschreven en goed gedocumenteerde procedures. De efficiëntie van het kwaliteitssysteem wordt op regelmatige basis gecontroleerd door onafhankelijke experts.
Naar bovenMicro-organismen
Bepaalde micro-organismen kunnen gewassen aantasten, dieren ziek maken en zelfs schadelijk zijn voor de mens zelf. Vooraleer tuberculose uitgeroeid was bij dieren werd de melk gekookt of gepasteuriseerd om mensen te beschermen tegen die aandoening. Bij het slachten werden de dieren nagekeken om te voorkomen dat de TB-bacil de consument zou bereiken. Spijtig genoeg kunnen dieren drager zijn van micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken bij de mens zonder dat er aanwijzingen zijn voor hun aanwezigheid in de levenscyclus van het dier of zelfs na het slachten ervan. Salmonella, Listeria, sommige stammen van E. coli en Campylobacter zijn hier voorbeelden van. Dieren kunnen met die micro-organismen besmet geraken via hun voeder of water, via de omgeving (door insecten, vogels of knaagdieren), via een ander dier en zelfs via de mens. Zo kunnen ook ziekteverwekkende micro-organismen van mensen insecten, vogels en andere dieren besmetten die ze dan weer op hun beurt kunnen overzetten op dieren op de boerderij. Om de uitbreiding van micro-organismen naar hun dieren zo veel mogelijk te beperken, zorgen de landbouwers voor een strikte hygiëne op hun boerderij, tijdens het transport en bij het slachten.
Naar bovenQS-systemen
Het QS-systeem is na de BSE-affair door de Duitse levensmiddelenindustrie opgezet als tegenhanger van Eurep-GAP. Het is in eerste instatntie een certificeringssysteem voor vlees en vleeswaren, opgezet om de consument kwaliteit en zekerheid te verschaffen over de herkomst van het vlees. Het is vrijwel zeker dat enkele Duitse grootwinkelbedrijven het QS-systeem begin 2004 door gaan trekken naar groente en fruit. Een werkgroep van Duitse telers, handel en grootwinkelbedrijven zijn bezig met de uitwerking van de voorschriften voor de groente- en fruitsector.
Voor de vleessector eist het QS-systeem kwaliteitscontrole over de hele keten, van geboorte tot slacht en verwerking. Traceerbaarheid van de grondstoffen en transparantie van productie zijn belangrijke bouwstenen. Onderdeel is ook de bescherming van het dier. De regels gelden voor Duitse en voor geïmporteerde producten.
Voor de groente- en fruitsector eist het QS-systeem kwaliteitscontrole over de hele keten. Het systeem is in grote lijnen te vergelijken met het in Nederland meer bekende Eurep-GAP. Verschil is dat QS meer concrete voorschriften en aanbevelingen bevat en dat de voorschriften voor geasbescherming en bemesting beter aansluiten bij de Noord-Europese dan de Zuid-Europese situatie. Dat laatste opent goede perspectieven voor de Nederlandse groente- en fruitsector.
Naar bovenVerantwoordelijkheid
Wie is verantwoordelijk voor de voedselveiligheid? De Europese Unie heeft gekozen voor een geïntegreerde aanpak van de voedselveiligheid van 'boer tot bord', van het landbouwbedrijf tot de eindverbruiker en voor de slogan 'beter voorkomen dan genezen'. De hoofdverantwoordelijken voor veilige levensmiddelen zijn de verschillende schakels van de voedselketen. Zij moeten ervoor zorgen dat in hun schakel niets verkeerd loopt en kunnen daarvoor beroep doen op bepaalde procedures zoals: Gids voor Goede Praktijk (Hygiënecode), Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP) en/of Kwaliteitsstandaarden.
Naar bovenVoedselveiligheid
Onder 'voedselveiligheid' wordt verstaan: "de garantie dat voedsel geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de eindverbruiker wanneer het wordt bereid en gegeten, rekening houdend met het doel en de manier van de consumptie ervan." Voedselveiligheid is dan ook een essentieel onderdeel van 'voedselkwaliteit'
Naar bovenWelke informatie vindt u hier?
Informatie over het door u gekozen onderwerp in de blauwe balk vindt u linksonder. Hoe deze website werkt vindt u onder.Lees meer
Discipline is het sleutelwoord bij het voeren van alle certificaten. Registreer gegevens wanneer dat moet gebeuren, ook wanneer het heel druk is.




